Een uitstekende digitale infrastructuur: van toekomstscenario tot werkelijkheid

Sinds 1 januari jl. is Erwin Bleumink, lid van de directieraad van SURF en algemeen directeur van SURFnet, voorzitter van Stichting DINL. In dit blogartikel vertelt hij over zijn jarenlange fascinatie voor het samenspel tussen wetenschap en techniek, het toonaangevende digitale infrastructuurproject voor kennisuitwisseling GigaPort en zijn visie op de digitale infrastructuur van Nederland.

Ik heb het altijd interessant gevonden om te denken in scenario’s. Niet zozeer om voorspellingen te doen, maar om na te denken over wat zou kunnen gebeuren en hoe je daar op in kunt spelen. Toen het internet nog in de kinderschoenen stond, hield ik mij bezig met de vraag wat dit nieuwe medium zou kunnen gaan betekenen voor economie en samenleving. Het was mij toen al duidelijk dat een goede digitale infrastructuur onmisbaar was voor het Nederland van de toekomst.

Banken hadden al snel in de gaten welke mogelijkheden het internet voor hun dienstverlening kon bieden. Voor de overheid was het echter nog onduidelijk welke impact het internet zou gaan hebben en of zij hier een rol in diende te spelen; moesten internetproviders bijvoorbeeld op eenzelfde manier worden gereguleerd als de telecomsector? Wellicht heeft de liberale wind die waaide in de jaren 90 er aan bijgedragen dat hier vanaf gezien werd. Dit bleek een goede zet: de digitale infrastructuur van Nederland behoort tot de top van de wereld en dat is voor een belangrijk deel te danken aan de vrije ontwikkeling daarvan.

Hoewel het scenariodenken, zeker als het om technologische ontwikkelingen gaat, mijn interesse bleef houden, werd het voor mij steeds duidelijker dat ik mij op het snijvlak tussen gebruik en techniek het meest thuis voelde. In 1997 raakte ik betrokken bij de voorbereiding van het GigaPort project van SURFnet, met als doel om de nieuwe generatie internet te realiseren. In die periode maakten vooral onderzoeks- en onderwijsinstellingen gebruik van het internet – een voorloperspositie die zij overigens nog steeds hebben als het gaat om innovatieve methoden van samenwerking en het delen, analyseren of opslaan van onderzoeksgegevens.

Het GigaPort project was een belangrijke stap in het opschalen van technologieën die nu het fundament vormen van de Nederlandse digitale infrastructuur. Onderwijs- en onderzoeksinstellingen konden als eerste beschikken over breedbandverbindingen, die uiteindelijk gemeengoed zijn geworden voor bijna ieder Nederlands huishouden. Zonder het onderzoek, de investeringen en de visie die ten grondslag lagen aan projecten zoals GigaPort, was de bijna universele beschikbaarheid van breedband internetverbindingen in Nederland waarschijnlijk met enkele jaren vertraagd. Opvallend is overigens dat de Nederlandse rijksoverheid in deze periode – en nog steeds – fors investeerde in deze projecten, zónder een dominante positie op te eisen in de manier waarop deze digitale infrastructuur vormgegeven werd.

In 2006 ben ik overgestapt naar SURFnet om verder vorm te geven aan de ontwikkeling van van internetnetwerken en daar aan voorbij te kijken. Het is mooi om te werken voor een organisatie als SURF, een coöperatieve vereniging van universiteiten, hogescholen, universitair medisch centra, mbo en andere onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Deze instellingen moeten eenvoudig en veilig in een open omgeving kunnen samenwerken. Die samenwerking is natuurlijk fysiek, maar ook steeds meer digitaal. Het ontwikkelen en uitwisselen van kennis en leren is een globale praktijk en is dankzij het internet eenvoudiger geworden. Ook de kenniseconomie die Nederland in toenemende mate is, drijft op digitale samenwerking. Een open, vrije en betrouwbare digitale infrastructuur is van groot belang voor onderzoek en onderwijs, maar dus ook voor economische groei en maatschappelijke mogelijkheden.

Het is daarmee een kleine stap naar het bredere doel dat Stichting DINL, en ik als voorzitter van de stichting, nastreef. Nu het internet ruimschoots de kinderfase ontgroeid is, is het van belang dat Nederland de unieke positie die we hebben verworven als digital gateway en mainport verder uitbouwen en benutten. Als voorzitter van DINL zal ik mij inzetten voor het verder uitbouwen van de digitale mainportgedachte. Het belang van een veilig, vrij en open internet zal ik daarvoor bij stakeholders over het voetlicht brengen. Het denken in scenario’s is daarbij wederom vruchtbaar: we kunnen immers niet precies voorspellen wat de opkomst van steeds meer digitale diensten, de cloud en Internet of Things zal betekenen, maar dat ontslaat ons niet van de plicht daar wel over na te denken. Duidelijk is dat in alle denkbare scenario’s uitstekende digitale faciliteiten cruciaal zijn, en die faciliteiten kan Nederland als geen ander land in Europa bieden. Hoogste tijd dus om beleidsmakers en andere relevante partijen er van te doordringen dat Nederland op dit vlak een bijzondere positie inneemt en dat de samenleving er baat bij heeft als die positie verstevigd wordt.

Zoeken
Related
event
De 25e editie van het ECP Jaarfestival vindt dit jaar plaats op donderdag 11 november in de Fokker Terminal in...
event
EuroDIG 2020
EuroDIG is het Europese platform waar verschillende stakeholders van het internet bijeenkomen om kennis en best practices over het internet...
nieuws
Afgelopen donderdag organiseerde de Digitale Binnenhof Academy de eerste lezing voor geïnteresseerde politici over digitale veiligheid. Professor Bibi van den...