Menu

Vragen rondom vitale infrastructuur, diensten en beroepen

Vitale infrastructuur

Ruim voordat de coronacrisis losbarstte voerden DINL en anderen gesprekken met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), Binnenlandse Zaken (BZK) en de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) over wat de “kwestie vitaal’ wordt genoemd. De definitie “vitaal” is van toepassing op een kleine groep bedrijven en organisaties in Nederland die diensten leveren die van cruciaal belang zijn voor het functioneren van de Nederlandse samenleving, economie en publieke voorzieningen. Het doel van het aanmerken van organisaties en bedrijven als ‘vitaal’ is dat zij “weten welke rollen, verantwoordelijkheden en verplichtingen ze als vitale aanbieder precies hebben. Als er een crisis is moet dat helemaal duidelijk zijn”, aldus de NCTV.

Vitale beroepen en de coronacrisis
Naar aanleiding van de coronacrisis stelde het kabinet ook een lijst op van vitale beroepen, zodat ouders die beiden een dergelijk beroep uitoefenen kunnen rekenen op kinderopvang nu deze gesloten zijn. Maar hier ontstond al snel onduidelijkheid over. Nu heel Nederland thuiswerkt zijn digitale diensten en de onderliggende infrastructuur belangrijker dan ooit. Daarnaast maken tal van instellingen die een vitale functie hebben gebruik van die digitale diensten en infrastructuur en kunnen zonder niet functioneren.

Tot nu toe werd dat vooral gezien als een spanning tussen leverancier en afnemer: de “vitale” afnemer moet zorgen dat zijn leveranciers zo zijn ingericht dat ze geen risico vormen voor de continuïteit van de betreffende vitale dienst. Maar zo simpel is dat niet meer in de huidige digitale praktijk. Ziekenhuizen zijn bijvoorbeeld afhankelijk van allerlei digitale dienstverleners. De ketens van software aanbieders, hosting, cloud en datacenters zijn zo complex en lang dat ze niet meer in alle gevallen goed in beeld zijn. Dat betekent dat afhankelijkheden overal en nergens op kunnen duiken, constateerde ook de WRR onlangs in hun advies over digitale weerbaarheid. Het is dus riskant om slechts enkele specifieke digitale functies aan te wijzen als essentieel. En het in de lucht houden van diensten en vitale infrastructuur wordt moeilijk als technici thuis moeten zitten omdat hun werkgever niet is erkend als een essentieel onderdeel van zo’n keten, en zij daarom geen opvang voor hun kinderen kunnen regelen.

ICT en telecom categorie B vitale processen
Gelukkig heeft het ministerie van EZK een compromis gevonden. ICT en telecom zijn voor deze crisis in algemene zin aangemerkt als categorie B vitale processen, wat wil zeggen dat uitval tot ernstige maatschappelijke en economische schade kan leiden, zoals is te lezen in dit overzicht. Daarnaast is afgelopen week verduidelijking gegeven over de cruciale beroepsgroepen. “Mensen met een onmisbare facilitaire of ondersteunende functie (denk aan schoonmaak, beveiliging, ICT) vervullen voor een van deze cruciale beroepsgroepen, kunnen hun kinderen naar de noodopvang brengen. Het is aan ouders en werkgevers om hierin juiste keuzes te maken” aldus de Rijksoverheid.

We zijn als sector blij dat deze verduidelijking er nu is en willen betrokken partijen graag bedanken voor het snel inspelen op deze kwestie. Wie nog vragen heeft naar aanleiding van deze kwestie kan terecht op het Slackkanaal dat de samenwerkende brancheorganisaties uit de digitale infrastructuursector hebben ingericht.

The following two tabs change content below.

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van onze activiteiten.

Blijf op de hoogte

  • Contact

    Overgoo 13, 2266 JZ, Leidschendam, Nederland

    +31 70 762 1070

    info@dinl.nl