Menu

Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie

In maart van dit jaar stuurde staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat Mona Keijzer een nieuwe wetsvoorstel naar de Tweede Kamer: de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie. Kortweg zal de overheid met deze wet de mogelijkheid krijgen om overnames en beheersovereenkomsten te beoordelen, en bij ongewenste zeggenschap te verbieden. Hosters, internetknooppunten en datacenters (niet voor eigen gebruik) worden expliciet genoemd in het wetsvoorstel.

Zorgen over beschikbaarheid en vertrouwelijkheid

Aanleiding van deze wet is de zorg over de beschikbaarheid en vertrouwelijkheid van telecommunicatie. Specifiek gaat het om de mogelijkheid dat een partij een Nederlands bedrijf verwerft met de intentie om voor Nederland belangrijke netwerken of toepassingen plat te leggen, of te spioneren, afluisteren of chanteren. De minister wil voorkomen dat zulke entiteiten eigenaar worden van onze Nederlandse telecomfaciliteiten. Daarnaast wil de minister voorkomen dat derden met slechte bedoelingen beheersactiviteiten kunnen uitvoeren waarmee netwerken plat kunnen worden gelegd of kan worden afgeluisterd of gespioneerd.

Daarom wil de minister het recht om overnames (meerderheidsaandelen) en beheersovereenkomsten te beoordelen, en bij ongewenste zeggenschap, zulke overnames en contracten te verbieden. Daartoe wordt een sectie toegevoegd aan de bestaande telecomwet; de wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie. Om zeker te zijn dat alle belangrijke diensten onder het nieuwe regime vallen, bevat de wet voor dit deel een nieuwe definitie voor “telecommmunicatiedienst”. Specifiek worden genoemd  hosting, internetknooppunten en datacenters (uitgezonderd datacenters voor eigen gebruik), en andere diensten die kunnen worden aangewezen middels een Algemene maatregel van bestuur. Er zijn geen restricties aan de omvang of omzet, het gaat om alle partijen: van klein tot groot. De overheid legt een informatieplicht op aan de betreffende aanbieders die hun aandelen willen verkopen waarmee een meerderheid- of aanmerkelijk belang als geschetst in de wet, zou worden verkregen, of voornemens zijn te willen sluiten. En neemt dan 8 weken voor een oordeel. Dat kan worden verlengd met 6 maanden. Dat heeft grote gevolgen voor de waarde van bedrijven, en forse impact op hun bedrijfsvoering.

Onduidelijkheden en te brede scope

Op donderdag 16 mei vind een ronde tafelgesprek plaats in de Tweede Kamer, waar stichting DINL en anderen hun visie op de wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie mogen geven. DINL sluit onder andere aan bij de visie van de Raad van State, die adviseert deze wet zo niet in te voeren. De criteria om te beoordelen of weigeren zijn volstrekt onduidelijk, de scope is veel te ruim. Bovendien is het twijfelachtig of de minister van economische zaken in staat zal zijn betrouwbaar te voorspellen wie, via zeggenschap, onze netwerken en diensten opzettelijk zal willen schaden. Het risico op door de geopolitieke waan van de dag ingegeven besluiten, ligt op de loer.

Stichting DINL vindt het beter om bestaande wetgeving , als de WBNI, hiervoor te gebruiken. Uiteindelijk gaat het er alleen om te weten wie er daadwerkelijk aan de knoppen zit. En de inlichtingendiensten hun werk te laten doen, waarvan verwacht mag worden dat die ongewenste zeggenschap kunnen en moeten beoordelen als het zich daadwerkelijk voordoet.

The following two tabs change content below.
  • Sociaal

  • Nieuwsbrief

    Blijf op de hoogte van onze activiteiten.

    Blijf op de hoogte

  • Contact

    Overgoo 13, 2266 JZ, Leidschendam, Nederland

    +31 70 762 1070

    info@dinl.nl